“ Bij 95% van de lage rugpijnen zijn er er één jaar na de aanvang van de pijn geen lichamlelijke letsels (meer) die kunnen verklaren waarom de pijnpatiënt nog altijd ernstige pijnklachten vertolkt” doctoraatsthesis Liesbeth Goubert, Rijksuniversiteit Gent, 2005)
“ 30 tot 40% van de RA-patiënten die antwoorden op onze pijnenquête stellen dat het pijnaspect van hun ziekte niet onder controle is” Onderzoek van Reumanet en RiB in 2008-2009 bij 1600 ra-patiënten
Ondanks alle medische high tech geneeskunde lijkt pijn een moeilijk beheersbaar verschijnsel. Bovendien is het een belangrijk financiëel-ekonomisch en maatschap-pelijk fenomeen. Het aantal mensen met pijn en de budgetten voor pijnbehandeling begint stilaan epidemeische vormen aan te nemen.
Het is tijd voor een andere kijk op pijn en op de behandeling ervan. Hier na leest u over de visie van Pijnprikkels & breiNWerk over pijn. Als ze op sommige onderdelen u ietwat zou provoceren dan begrijpen we dat tenvolle. Weet echter dat wat hierna beschreven wordt overeenstemt met de gangbare wetenshappelijke visie op pijn. Uiteindelijk is het een positieve en hooggevende visie : we kunnen er zelf iets aan doen.
(Uit : De psychologie van pijn. Een psycholoog over je brein als pijnmedicijn)
“ Chronische pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die in verband wordt gebracht met bestaande of dreigende weefselbeschadiging of die wordt beschreven in termen van weefselbeschadiging “
(I.A.S.P. , International Association for the Study of Pain)
Dit is de wereldwijd aanvaarde definitie waar de meeste pijnspecialisten mee werken om het verschijnsel chronische pijn te omschrijven én waarrond ze hun behandelplan opbouwen ... of zouden moeten opbouwen.
Twee componenten zijn voor ons onderwerp van belang :
- Pijn heeft een psycho-emotionele component.
- Er hoeft geen letsel te zijn op het moment dat je de pijn voelt. Ze kan ook het restant zijn van vroéger letsel en bijhorende pijnervaring, zelfs van een toekomstige pijnervaring waarop we anticiperen, met bijvoorbeeld angst.
Het gaat hier wel om chronische pijn en niet om acute pijn. Acute pijn is de onmiddelijke reactie op de vaststelling dat er letsel is opgetreden. Ze heeft een belangrijke signaalfunctie om verder onheil te voorkomen. Ze is relatief eenvoudig te behandelen volgens het monodisciplinaire evidence based bio-medische model.
Chronische pijn is een veel ingewikkelder plaatje. De signaal functie is vaak helemaal verdwenen. In 2004 doctoreerde Psychologe Liesbeth Goubert aan de rijksuniversiteit te Gent met Distraction and Exposure in patients with chronic low back pain. De centrale conclusie (die de brede media haalde) was dat in meer dan 95% van de gevallen er bij lage rugpijn geen fysiek letsel (meer) aanwezig was dat de klachten kon verklaren. Dat zorgde even voor rumoer. Ten onrechte want het is enkel de bevestiging van wat tientallen studies over meer dan drie decennia al poneren.
(...)
Het Los Angeles City Hospital presenteert het verschil tussen acute en chronische pijn als volgt.
(...)
Pijn krijgt hier vier dimensies : de prikkelwaarneming door ons lichaam (nociceptie), de waarneming door ons brein (pijngewaarwording), de emoties en zingeving die ze opwekt (pijnbeleving) en wat we doen als reactie of als gevolg van de pijn (pijn-gedrag).
Pijn is een zaak van de hersenen en zit dus letterlijk tussen de oren. Pijn is wat mensen als pijn ervaren en is derhalve een subjectieve aangelegenheid. Wat de pijnlijder zegt dat het is, dat is het. Je hebt mensen die door een genetische stoornis ongevoelig zijn voor pijn. In zijn extreme vorm noemen we het congenitaal pijnonge-voeligheidssyndroom. Extreme overgevoeligheid voor pijn heet allodynie.
(...)
Oliver Wilder-Smith deed in 2005 een meta-analyse van meer dan 800 studies bij ruim 20.000 patiënten die een farmacologische en/of chirurgische ingreep hadden ondergaan en besloot :” ondanks de enorme kennistoename over het fenomeen ‘pijn’ formuleren meer dan 40% van de ondervraagde patiënten één jaar na de start van de behandeling nog steeds significante pijnklachten’.
J.L. Apfelbaum formuleerde het in 2003 als volgt : ‘ ... that with regard to painsymptomcontrol after surgery, the period between 1995 and 2003 had seen no progress for chronic benigne pain …’ .
(...)
Spiegeltherapie voor fantoompijn – V.S. Ramachandran
De patiënt is zijn rechterhand kwijt maar lijdt sindsdien aan ernstige fantoompijnen in die hand, vooral verkramping. Ramachandran plaatst hem voor een scherm met twee gaten in. De patiënt moet zijn handen er door steken. Achter het scherm staat een spiegel. Hij kan zijn handen alleen zien door in de spiegel te kijken. Zijn geamputeerde rechterhand wordt zijn linkse en zijn linkerhand zijn rechtse. Ramachandran geeft opdracht om de vingers van beiden handen te bewegen en soepel te maken. Zeer snel nemen de krampen af. De hersenen hebben de optische illusie dat de (geamputeerde) rechterhand ontspannen wordt door de oefeningen. We kunnen met andere woorden onze hersenen misleiden door getrukeerde zintuigelijke prikkels.
(...)
Het resultaat van een chirurgische ingreep wordt in belangrijke mate bepaald door voorafgaande psychologische traumatisering. Dat leert ons o.a. een onderzoek van J. Schofferman uit 1992. Hij onderzocht 86 rugpatiënten die een orthopedische ingreep hadden ondergaan. Hij vroeg of ze in de loop van hun leven slachtoffer waren geweest van een trauma. Hij weerhield vijf soorten trauma : seksueel misbruik, andere lichamelijke mishandeling, alcohol en drugsmisbruik van minstens een van de ouders, verlating en emotionele verwaarlozing. Lees de tabel en stel het onthutsende resultaat vast.
Aantal door de patiënt Waarschijnlijkheid van een
meegemaakte gunstig resultaat van de
trauma’s chirurgische ingreep
0 95%
1 75%
2 43%
3 20%
4 7%
5 0%
Reeds met twee trauma’s in het verleden daalt het gunstig resultaat van een chirurgische ingreep met meer dan 50% ! Bij meervoudige traumatisering dreigt het succes zelfs nihil te worden.
Dit is maar één van de vele studies die stellen dat misbruik en trauma 2 tot 4 maal méér voorkomen in het verleden van de pijnlijder dan bij ‘pijnvrije’ mensen. Bij vrouwelijke pijnpatiënten zou meer dan 40% slachtoffer geweest zijn van misbruik, bij mannen is dat rond de 25%. Jay J. Rubin (2005) vermeldt een studie bij 91 fibromyalgiepatiënten waarin 64.9% stelden misbruikt geweest te zijn.
(...)
Valkuilen voor de chronisch zieke pijnpatiënt
Het Ziek(t)e - Rolgedrag
Onze gedragingen zijn voor pakweg 80 % rolgedrag en 20 % persoonlijk gedrag. We gedragen ons zoals we het geleerd hebben en zoals het van ons verwacht wordt. We geven er misschien een individuele toets aan. Maar dat is dan ook alles.
In het leven spelen we meerdere rollen. Shakespeare zei het al : we zijn allemaal akteurs op het schouwtoneel van het leven . We zijn kind, vader, moeder, werkgever, werknemer, vriend, vijand, koper, verkoper, baas, ondergeschikte, minnaar, afgewezene, leerling, leraar, held, lafaard, gezonde, zieke, valide, invalide, ...
Voorbeeld van de rolkenmerken van een chronische rugpijnpatiënt. Als je eraan voldoet word je au serieux genomen. In het andere geval gaat je omgeving twijfelen.
- Regelmatig klagen over pijn
- Regelmatige non-verbale expressie bv. pijnlijke grimas, hand aan de rug, tonen dat je moeilijk uit je zetel geraakt , moeite tonen om iets op te rapen
- Angst uiten om een gewicht te heffen
- Angst tonen om te bewegen
- rusten en neerliggen
- pijnstillers nemen
- dokter bezoeken, doktershopping
- therapieshopping, vanalles uitproberen om toch maar te bewijzen dat je “vecht” tegen je pijn
- kinesist bezoeken
- lichter werk vragen of deeltijds gaan werken
- taken delegeren die je vroeger zelf deed
- hulp vragen
Sekundaire ziektewinst
Pijn is niet alleen maar verlies. Het kan betekenen dat je niet langer dat zware, vuile werk moet doen, dat je een alibi hebt om je burn out ten aanzien van je job en baas te verantwoorden, dat je de gespannen of pesterige werksfeer achter je kunt laten, dat je niet meer naar ander werk moet zoeken als je werkloos wordt, dat je een verklaring voor falen hebt, of voor depressieklachten. Je kan thuis vervelende taken aan anderen overlaten. Je kan ontsnappen aan tal van verantwoordelijkheden. Je kan zelfs waardering en bewondering oogsten voor de wijze waarop je je lot draagt, voor de moed die je opbrengt. Je kan aktief worden in een lotgenotenvereniging en daar een zeker prestige uit halen. Prestige die je niet had in de klotejob waar je in zat. Je komt misschien in de krant of het tijdschrift met je ‘verhaal’. Je krijgt aandacht en zorg.
Renteneurose
Een bijzondere vorm van ziektewinst is het financiële plaatje. Het verschil tussen je nettoloon als werkende mens en je geld van de ziekenkas is niet zo groot. Misschien is psychologisch gezien de ziektewinst groter dan het geldelijk verlies. Je moet je niet meer verplaatsen, geen kinderopvang betalen, geen tweede wagen kopen, je bent beter af dan als je werkloos zou worden als gevolg van je pijnprobleem. Je krijgt bijkomende voordelen : een parkeerkaart voor gehandicapten, kortingen op openbaar vervoer of museumbezoek, een assistentiehond, vrijstelling van rijtaks en btw, ...
Identificatie
Wanneer je van de mogelijkheid dat klachten beïnvloed worden door bijvoorbeeld ziektewinst en/of renteneurose bewust bent is er niet zoveel aan de hand. Je hebt de controle en kunt er mee spelen. Gevaarlijker wordt het als je een aantal van de rolaspecten interioriseert. Dan gaan ze onderbewust en worden ze een deel van je identiteit, van je persoonlijkheid. Het risico wordt dan reëel dat je op de duur alleen nog maar pijnpatiënt bent en dat je wegglijdt in je ziek zijn. Dat geldt voor iedereen en voor elke ‘positie’. Kijk naar politici die zich identificeren met ‘de macht’. Daarvan afkicken kan lang duren en lastig zijn. Ook acteurs kunnen verstrikt zaken in rolgedrag. Of soldaten, gangsters, prostituées ... waardoor ze nooit meer uit het beroep geraken.
Stigmatisering
Sommige chronische ziekten zijn meer stigmatiserend dan andere. Deze met duidelijk zichtbare invalidiserende, angst of afkeer opwekkende kenmerken stigmatiseren het meest. Pijn is daar in veel gevallen niet bij. Pijn zie je vaak nauwelijks. Maar als de sporen van reumatische artritis zichtbaar worden of je belandt in een rolstoel wordt het anders natuurlijk. Dan treedt het stigmatiseringsproces volop in aktie.
Isolement
Veel vriendschappen, nog meer bij mannen dan bij vrouwen, zijn gebaseerd op instrumentele cameraderie. Men doet veel dingen samen omwille van gedeelde interesse, omdat men elkaar nodig heeft of plezier aan elkaars gezelschap of elkaar uitdagen beleeft. Als de gezamenlijke bindende aktiviteit wegvalt of als het niveauverschil te groot wordt eindigt de vriendschap. Ik denk aan samen voetballen, fietsen, duiken, skiën, ...
Ook als je een stuk sociale status moet inleveren, schoonheid verliest, gaan kontakten verloren of verwelken ze. Hoe invalidiserender de pijn hoe groter het risico op isolement. Je verliest een deel je sociaal netwerk, zelfs van je vriendenkring en familiale bindingen. Dat kan in kwantiteit zijn (minder vrienden, minder kontakten per vriend) of in kwaliteit. Of in ‘content’. De kontakten veranderen van inhoud en emotionele lading. Zelfs al blijf je even emotioneel verbonden me mekaar dan nog kan de aard van de emotionele binding wijzigen. Er kan een stukje gelijkheid, respect, bewondering, verloren gaan en een stukje kompassie in de plaats komen.
Egocentrisme
Je pijn kan zo dominant en opdringerig worden dat het een groot deel van je tijd, energie en aandacht opslokt. Dat gaat dan ten koste van aandacht voor anderen. Het mag een tijdje aanhouden maar ooit moet het stoppen. Ik zie in mijn praktijk hoe mensen obsessief bezig zijn met hun pijn. Ze lezen alles wat ze kunnen vinden, zitten uren op internet, chatten en bellen veelvuldig met lotgenoten, sleuren hun partner mee van de ene dokter naar het andere symposium of zelfhulpgroep. Het wordt zelfs het enige gespreksonderwerp.
Aangeleerde hulpeloosheid
Je fysieke mogelijkheden worden beperkt. Alles kost meer moeite. Je wordt meer en meer vragende partij. Als je omgeving daar te ver in mee gaat word je alsmaar afhankelijker en hulpelozer. Je zelfredzaamheid daalt. Je verleert het om het heft in eigen handen te nemen. Het verschijnsel aangeleerde hulpeloosheid blokkeert veel revalidatie als het een deel van je persoonlijkheid wordt, als het ‘geïnterioriseerd’ wordt. Je zit vast in de rol van hulpeloos slachtoffer.
Negatief Zelfbeeld
Pijn leidt naar een negatief zelfbeeld. Je durft minder, je twijfelt meer, je wordt passiever, meer teruggetrokken, hebt meer faalangst. Je bent niet meer oké met jezelf. Eén stap verder en je hebt niet langer een pijnprobleem maar bén je een probleem. Je fysieke zelfbeeld brokkelt af zodat je minder aandacht besteedt aan persoonlijke hygiëne, kleding, verzorging, make-up, gewicht, gezond kleurtje. Je voelt je minder mooi en aantrekkelijk. Je seksueel leven gaat eronder lijden. Je houdt de seksboot af. Of je gaat juist extreem veel bevestiging vragen en wordt promiscue of flirterig. Of je voelt je net iets dommer, minder alert, minder spitant, minder grappig, minder interessant, minder waardevol.
Het negatief zelfbeeld kan zich somatiseren in een negatief lichaamsbeeld. Je vindt je lichaam in haar geheel lelijk of afstotend terwijl er maar een deeltje is dat minder scoort. Het is niet omdat je een neurostimulator in je pomp ingeplant krijgt dat je sex-appeal verdwenen is.
Chronische pijn als psychiatrisch ziektebeeld
Om al meteen misverstanden te vermijden : chronische pijn is meestal géén psychiatrisch ziektebeeld. Maar soms is het dat wél of is het ermee verbonden. In de oudere psycho-somatische visie (waar vooral de psychoanalyse aan de basis ligt) werd chronische pijn zonder duidelijk biologisch equivalent nogal snel in die hoek geduwd. Ook huidige esoterische ic. holistische tendensen (o.a. de zgn. New Age Medicine) zien lichamelijke ziekte als het gevolg van onverwerkte emoties of geblokkeerde energiestromen.
Voor de volledigheid geef ik op basis van de DSM-IV (een Amerikaans classificatiesysteem van psychische ziekten dat ook hier bij psychiaters en klinisch psychologen populair is) de voornaamste somatoforme stoornissen toch maar even mee :
· somatisatiestoornis : voorgeschiedenis van veel lichamelijke klachten, vaak beginnend voor het dertigste jaar, die geleid hebben tot ernstige beperkingen op verschillende functionele gebieden. Er zijn in de historiek minstens 4 verschillende pijnklachten, 2 verschillende gastro-intestinale klachten, 1 seksuele klacht en 1 pseudo-neurologisch symptoom ... en er is geen lichamelijke ziekte die deze geheel of gedeeltelijk kan verklaren.
· ongedifferentieerde somatoforme stoornis : één of meer lichamelijke klachten die al meer dan 6 maanden bestaan, die ernstige beperkingen veroorzaken op verschillende vlakken, die niet of onvoldoende kunnen toegeschreven worden aan een bepaalde lichamelijke of psychische ziekte.
· conversiestoornis : vroeger noemde men dat conversiehysterie waarmee men bedoelde dat een psychisch probleem werd geuit in een lichamelijk probleem. Het gaat om uitvalsverschijnselen van motorische of sensorische aard. Ook convulsies (toevallen, flauwvallen) en gemengde symptoomclusters zijn mogelijk. Pijnklachten gelinkt aan functionele beperkingen (bv. verlamming) behoren hiertoe.
· pijnstoornis : pijnklachten zonder of met onvoldoende somatische basis waarbij er een sterk vermoeden is van psychische problematiek, vaak stemmingsproblemen (depressie), angst of psychose.
· hyponchondrie : overdreven bezorgdheid om de lichamelijke gezondheid wat leidt tot het vertonen van meerdere of overdreven lichamelijke klachten, waarvan pijn er een kan zijn.
· stoornis in de lichaamsbeleving : preoccupatie met onvolkomendheden van het eigen lichaam. B.D.D., body dysmorphic disorder, waarbij je dénkt dat je lichaam afgrijselijke afwijkingen vertoont, heeft niet zelden een luik fysieke pijn.
· Psychogene pijn : dit begrip is ook ruim verspreid en duidt op pijnbeleving van een uitsluitend psychische oorsprong die zich grotendeels op onbewust niveau afspeelt.
Al de hierboven beschreven stoornissen zijn onbewust en houden geen simulatie of gewilde misleiding in. Wel zien we in een aantal gevallen bewuste aggravatie om gezien en erkend te worden. Dan zitten we weer in de nabijheid van rolgedrag.
Je hebt natuurlijk ook de nagebootste stoornis (factitious disorder) . Wanneer er letsel wordt gecreëerd spreekt men van het Münchausensyndroom of Münchausen by proxy (letsel bij een ander veroorzaken en het voorwenden als ziekte of stoornis) .
Bestaat er een persoonlijkheidsstructuur die de vatbaarheid voor het ontwikkelen van chronische ziekten cq chronische pijn vergroot ? De wetenschappelijke literatuur hierover is niet eensluidend. Naar onze ervaring zijn er wel degelijk persoonlijkheids-kenmerken die sneller aanleiding geven tot uitingen van chronische pijn. Bij hart- en vaatziekten wordt ‘proneness” nog weinig ontkend. Type-A persoonlijkheid, gekenmerkt door moeilijk kunnen vergeten en vergeven, rancuneus, bitter, haat-dragend, wrokkig, moeilijke expressie van emoties, predisposeert meer dan andere persoonlijkheidstypes.
In mijn licenciaatsverhandeling (1974) over Aggravatie en Simulatie van Fysieke klachten bij mensen in revalidatie, na een ongeval,kwam tot reeds aan de oppervlakte. In het revalidatiecentrum van het U.Z. Gent zocht men naar een verklaring voor de opvallende verschillen in snelheid en volledigheid in herstel bij mensen met vergelijkbare letsels. Uit de faktoranalyse bleek dat de sterk verhoogde score op hysterie en hypochondrie en de matig sterk verhoogde score op depressie (MMPI, de meest gebruikte persoonlijkheidsvragenlijst, Minnesota Multiple Personality Inventory) – ook de neurotische triade genoemd – een goede voorspeller is voor de snelheid en volledigheid van genezing. Het meest uitgesproken was ze bij mensen die lage rugpijnklachten hadden.
R.J. Gatchel en D.C. Turk publiceerden in 1996 een belangrijk boek met goed gedokumenteerde studies over de link persoonlijkheid en chronische pijn.
- onderzoek 1 : 200 patiënten met lage rugpijn die al meer dan 1 jaar aanhield werden onderzocht met gestruktureerde vragenlijsten. 77% had ooit een DSM-psychiatrische diagnose gekregen en 59% had er een op het moment van het onderzoek. Meestal ging het om majeure depressie, middelenmisbruik, angst of een persoonlijkheidsafwijking.
Andere onderzoeken lijken dat te bevestigen. Meta-resultaten stellen dat 86.5 tot 90% zeker één DSM-as-1 diagnose scoort, 60-69% twee DSM-as 1 diagnose(s) en zelfs 40-59% één as-2 diagnose.
- onderzoek 2 : hier ging het om 324 patiënten met acute rugpijn die minder dan 6 weken daarvoor ontstaan was. Aan de hand van drie factoren kon men met 88% juistheid voorspellen wie na zes maanden terug aan het werk zou zijn en wie niet. Dat waren in volgorde van voorspellingstrefkracht : het niveau van de zelfgerapporteerde pijn of beperking (tijdens de eerste dagen of weken na de aanvang), de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis en de score op de hysterieschaal van de M.M.P.I..
De neuroticismefaktor, die zich vooral via de hysterieschaal/faktor manifesteert, komt ook voor in het beroemde onderzoek bij Boeing Aircraft Company bij 3020 bedienden. Uit dat onderzoek bleek ook nog de sterke covariantie tussen rugpijn-kachten en werkdissatisfactie.
Soms zal de vaststelling van een psychologisch deficiet de oorzaak zijn van de ontwikkeling van chronische pijn maar ze kan er ook het gevolg van zijn, vooral de neurotische varianten. Ook worden persoonlijkheidsstoornissen die in normale omstandigheden latent aanwezig zijn vaak acuut present in abnormale omstandig-heden. Het was altijd al potentiëel aanwezig maar dàn wordt het zichtbaar omdat er een vehikel is om het uit te dragen. Pijn bijvoorbeeld.
Maatschappelijke invloeden op chronische ziekten
De Ziektemakers
Dr. Knock kwam begin vorige eeuw aan in het bergdorpje Saint-Maurice om de praktijk van de oude en verarmde dr. Parpalaid over te nemen. De mensen waren kerngezond en hadden geen arts of apotheker nodig. Hij besloot lezingen te geven in de dorpsschool en de parochiezaal. Mensen kregen ook een gratis consult en gezondheidsvoorlichting. Het adagium van Knock was : “Elke gezonde mens is een zieke die nog niet weet dat hij ziek is”. Hij stelde allerlei ziektesymptomen vast waardoor al snel het hele dorp besmet leek met vreemde micro-organismen die dringend vernietigd moesten worden, zelfs preventief. In geen tijd werd het plaatselijke hotel omgevormd tot ziekenhuis met 250 bedden. De plaatselijke apotheker werd, net als dr. Knock, stinkend rijk.
Dit beroemde toneelstuk van Jules Romain werd in het Parijs van 1923 ongekend populair. In de volgende vier jaar werd het 1400 keren opgevoerd. Nog altijd is het niet vergeten. Zelfs aktueler dan ooit.
Wetenschapsjournalist Jörg Blech (1966) publiceerde in 2003 een knap boekje met de titel Die Krankheitserfinder (in 2005 in het Nederlands vertaald : De Ziekte-makers).
Hij geeft talloze voorbeelden waaruit decadente aspecten van gezondheidszorg in een vrije markteconomie opdoemen. Men zoekt geen medicatie meer voor ziekten, men zoekt ziek(t)en voor medicatie. Het marketingdenken regeert. Hij beschrijft vijf varianten. Normale levensprocessen worden als ziekten voorgesteld (bv. haaruitval), risicodrempels worden voortdurend naar beneden herzien zodat op de duur iedereen ziek is (bv. de drempel voor cholesterol), onschuldige hinder wordt als ernstig bestempeld (bv. veel gevallen van prikkelbare darmsyndroom), zeldzame en mineure problemen worden opgeblazen (bv. veel erectiestoornissen), mentaal VERstoord zijn wordt betiteld als GEstoord zijn (in de USA labelde men na WOII 26 psychiatrische stoornissen, nu zijn het er al 395).
We gaan in sneltreinvaart naar medicalisering en psychiatrisering. We zouden blij en onbezorgd moeten zijn in de welvarende maatschappij waarin we leven. Maar we zijn nog nooit zo ziek geweest. Als je het medische aanbod van 50 jaar geleden vergelijkt met nu lijkt het op waanzin. Niemand is nog helemaal gezond. We hebben allemaal wel iets. En als we niets hebben lopen we risico op iets. De grootste fabrieken zijn klinieken.
Modeziekten
De prevalentie van een aantal ziekten en stoornissen lijkt kultureel en mode-gebonden te zijn. Ze komen en gaan. Soms blijven ze hangen gedurende een lange periode. Soms zijn ze kort, krachtig en eenmalig. Soms zijn ze als eb en vloed.
Dr. Cees Renckens legt dat mooi uit in zijn boek Dwaalwegen in de Geneeskunde (2004). Voorbeelden van ‘modeziekten’ in de 19de en begin 20ste eeuw zijn neurastenie, hysterie, ‘railway spine’ en chlorose.
Rond 1880 was er rond Parijs een heuse epidemie van grande hystérie. Toen J.M. Charcot directeur was van La Salpêtrière steeg het aantal opnames wegens hysterie van 1% tot 17%. Nadat Charcot in 1993 overleed werd de toestand op korte tijd weer zoals vanouds.
Modegevoelige ziekten hebben volgende kenmerken :
· Een anatomisch substraat bestaat niet of is niet in verhouding tot de ernst van de geuite klachten
· De klachten zijn verergeringen van op zich vaak ‘banale’ klachten zoals pijn, vergeetachtigheid, moeheid, zwakte, duizeligheid, ...
· Er is geen eenduidige oorzaak, letsel of schade
· Er zijn onverklaarbare verschillen in prevalentie tussen tijdsperioden, landen en kulturen
· Er is geen reguliere behandeling die het probleem helemaal onder kontrole krijgt
· De ziekten hebben een epidemisch karakter
De Amerikaanse psychiaters Barsky & Borus (1999) benoemen ze als functional somatic syndroms of psychosomatisch, om het met een term die nu geweerd wordt, te zeggen. Het is nochtans een naar mijn aanvoelen goede term. Hun opsomming : multiple chemical sensitivity, sickbuilding syndrome, RSI, chronische whiplash, ziekte van Lyme, candida, golfoorlogsyndroom, mitralisklep prolaps, amalgaamziekte, spastisch colon, bekkeninstabiliteit, fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom, postnatale depressie, hyperventilatie, slaapstoornis, premenstrueel syndroom, hervonden herinneringen syndroom, meervoudige persoonlijkheidssyndroom, ...
Om alle misverstanden te vermijden :
1. Deze ziekten bestaan écht
2. De mensen die erover klagen hebben écht last
3. Het zijn dus geen ingebeelde ziekten van labiele, laat staan ‘gekke’ mensen
Het zijn modeziekten in de zin dat de prevalentie, de ernst, de duur, de medische aanpak, het ongemak dat ze meebrengen, beïnvloed worden door niet-biologische parameters : persoonlijkheidsfactoren bij de zieke, media-aandacht, getuigenissen van bekende personen, massahysterie, groepsdynamiek, de marketing van bedrijven, kulturele en sociologische faktoren, modes en hypes.
Dit iszo normaal als wat. Ziektewaarneming, ziektebeleving en ziektegedrag zijn de resultante van een kompleks geheel van biologische en psycho-sociale variabelen die het eindbeeld bepalen. Iedereen is er gevoelig aan. Sommigen meer dan anderen. Ik even goed als jij.
Ziek en gezond makende gezinnen
Relaties, gezinnen, familie, warme kring en sociaal netwerk hebben een sterke impact op pijngewaarwording, pijnbeleving en pijngedrag. Je omgeving kan bewust of onbewust aanleiding geven tot pijngedrag en pijnbeleving of kan je er van verwijderd houden. Dat hangt samen met de opvattingen over pijn die circuleren in die omgeving maar ook met een aantal meer algemene atttitudes en leefwijzen. Je hebt namelijk emotioneel en spiritueel meer gezonde en minder gezonde gezinnen. Gezonde gezinnen zullen beter met chronisch ziek zijn en chronische pijn omgaan dan zieke, manke gezinnen.
Pijn is dus een kompleks kluwen van lichamelijke, psychio-sociale en psycho-emotionele elementen die allemaal samen uw pijnsyndroom samenstellen. Daaromn dat moderne pijnmanagement altijd moet uitgaan van een multidisciplinair bio-psycho-sociaal systeem .
Er wordt momenteel inderdaad meer en meer aandacht aan de psychologische omkadeirng van de pijnpatiënt en zijn/haar direkte omgeving.
Maar er wordt nagenoeg géén gebruik gemaakt van de mogelijkheden die een aantal mentale werkvormen kunnen hebben op de pijn zélf. Onbekend ? Territorium-bescherming door de artsen ? Weerstand bij de pijnpatiënt ... want je krijgt een stukje verantwoordelijkheid voor je pijnklachten ?
In een ander deel van de webstek lic hten enkele tippen van de sluiers op. Aan u om te oordelen of u het wilt proberen.