PIJNPRIKKELS

 

Welkom

Contact
Lid worden
Agenda
Presentaties
Werkateliers
Pijnpatientengroep
Boeken
Info kort
De psychologie van pijn
Psychotechnologie
Links
Studiedag van 28 mei 2011

PSYCHOTECHNOLOGIE  

Pijnprikkels  heeft het boek uitgegeven De psychologie van pijn. Een psycholoog over je brein als pijnmedicijn. Het is een eenvoudige pocketuitgave op basis van printing-on-demand . ISBN 978-90-815894-1-3 . Maar de inhoud is uniek . In geen enkele publicatie ons belend – en al zeker niet in het nederlandstalige gebied wordt zo uitgebreid en praktisch uitgelegd hoe een aantal gekende psychotherapeutische werkvormen toegepast kunnen worden op direkte en indirekte pijnbestrijding . Met een heel team zochten we de beschikbare informatie bij elkaar (wat zelfs in tijden van internet niet vanzelfsprekend was) . Pierre F.J. Kindt redigeerde het in boekvorm. 237 pagina’s hopelijk ook voor u intrigerende lectuur .

 

Het boek is bestelbaar via de boekhandel en kost 15 euro . Voor leden van Pijnprikkels is de prijs 12 euro . Opsturen kost 3 euro . U kunt het ophalen tijdens een van de meetings waar wij aanwezig zijn of op kantoor te Mechelen .

 

Inhoud van het boek

 

 

5    :  Inleiding

    11    :  Inhoud

    13    :  Hoofdstuk I  :  De biologie van pijn

    25    :  Hoofdstuk II :  De psychologie van pijn

    69    :  Hoofdstuk III  :  Psychotechnologie in de pijnbehandeling

                                    71  : Cognitieve  Gedragstherapie

                                    83  : Mindfulness

                                    98  :  Hypnose

                                  125  :  Eye Movement Desensitization & Reprocessing

148  :  Energetische Therapie 

163  :  Bio- & Neurofeedback

177  :  Neuro-Linguistisch Programmeren

195  :  Systeemtherapie

  205   :  Hoofdstuk IV  :  De Praktijk

  225   :  Uitwuiver

  226   :  Foto’s en Illustraties

  227   :  Bibliografie

 

                                                                                                                                           

 

In de praktijk maken we gebruik van volgende psychotechnologie.

 

HYPNOSE : niet iedereen is even geschikt voor hypnose.  Voor 25% is het een uitsteken-de werkwijze voor pijnbestrijding met 'je brein als pijnmedicijn' als uitgangspunt, voor 25% is ze ongeschikt en voor ongeveer de helft van de populatie is ze bruikbaar als onderdeel van een behandeling of om het rendement van andere werkvormen te verhogen (bv. meditatie) .

 

Bij Pijnprikkels leren we hoe je met zelfhypnose je pijn kan beïnvloeden .

 

E.M.D.R. : (lees ook bij info kort ) is een van de twee standaards voor de behandeling van de gevolgen van een enkelvoudig trauma . Er zijn op dit momenteel een 70-tal engelstalige publicaties die ervaringen en studies bevatten over EMDR in de behandeling van pijn . Vooral pijn met een traumatisch, plots begin of bij mensen met een traumatisch verleden is ze een goede werkmethode .

 

Bij Pijnprikkels  hebben we ruime expertise met EMDR bij pijn . We hebben een eigen protocol ontwikkeld dat enkel te gebruiken is onder begeleiding van een ervaren psycholoog . We hebben ook een 'light versie' die goed werkt in het kader van zelfzorg .

 

BIO-& NEUROFEEDBACK : hierbij worden electroden op het lichaam of het hoofd geplaatst . U bent gekoppeld aan een pc-scherm en ontvangt allerhande prikkels (visuele, auditieve, beweging, games, ...) waarmee verschillende lichamelijke functies (bv. uw biochemie) en hersenfuncties worden beïnvloed . Dat heeft positieve invloed op stemming, emotie én op pijn .

 

Het gaat om professionele medische apparatuur en gespecialiseerde kennis om ermee te werken. Er zijn toestellen en softwarepakketten op de markt voor zelfgebruik. Vraag ons om inlichtingen als je dat wilt aanschaffen . We overwegen om een aantal van die apparaten aan te schaffen en uit te lenen aan kliënten/patitiënten zodat u kunt testen of ze voor u een vrschil uitmaken .

 

ENERGETISCHE METHODEN : betekent werken met meridianen , acu-punten , chakra's en Chi . De wetenschappelijke basis wordt betwist . In elk geval zijn ze bijzonder geschikt om te integreren in een behandelritueel én werken kliënten/patiënten er graag mee .

 

Pijnprikkels heeft een pijnprotocol op basis van de inzichten van E.F.T. (Emotional Freedom Techniques van Gary Craig) , N.E.I. (Neuro-emotionele integratie van dr. Roy Martina en Academie voor Vitaliteitkunde) en H.A.T. (Heart Assisted Therapy van John Diepold) .

 

MINDFULNESS : bijna iedereen kent mindfulness als meditatievorm voor innerlijke rust en als therapievormp bij milde depressies . Maar weet u dat de 'westerse 'vader' van Mindfulness  (Jon Kabat-Zinn) een werkmodel van 10 weken heeft ontwikkeld dat bedoeld is om fysieke pijn en dito lijden te behandelen ?

 

Pijnprikkels heeft dat programma gevolgd in de USA en gebruikt het in haar praktijk . Er is een aangepaste versie gemaakt voor zelfgebruik .

 

                                                                                                                                          

 

Om alle misverstand te vermijden ...

 

In de individuele begeleiding worden deze bijzondere werkvormen toegepast in het ruimere kader van de cognitieve en gedragspsychologie .

 

In de groepsbegeleiding zijn de systeempsychologie en onderdelen van neuro-linguistisch programmeren een belangrijke gids .

 

Ook belangrijk is dat je beseft dat veranderingsprocessen niet lineair verlopen : het gaat niét langzaam maar zeker vooruit . De veranderingen gaan met sprongen vooruit én weer terug achteruit , er zijn plateaufasen waarvan je de indruk hebt dat er niks gebeurt . Ook impulsen vanuit je omgeving (partner, kinderen, job, netwerk, financies) en andere gezondheidsproblemen kunnen veranderingen ten goede tegenhouden .

 

Er bestaan geen 'power therapies' . Werken aan een goede mentale attitude tegenover pijn en lijden , emotioneel evenwicht cq controle, functioneel pijngedrag, een goede dokter en kiné , een voldoende goed energetisch niveau cq goede gezondheid én een beetje geluk in liefde en leven ... zullen evenzeer het eindplaatje vorm en kleur geven.

 

Misschien moet je toch eens een of beide boeken lezen die we gepubliceerd hebben . Daarin zul je kunnen opmaken hoe wij denken over veranderen en het gebruik van je brein als (pijn)medicijn.

 

                                                                                                                                                                               

 

UITTREKSEL UIT EMDR & PIJN

 

 In 1964 verscheen in het tijdschrift Journal of Abnormal and Social Psychology een artikel van J.Antrobus, S. Antrobus en J.L Singer met als titel Eye movement accompanying daydreaming, visual imagery and thought suppression. Maar niemand besteedde er aandacht aan.

 

Pas in 1987 begon het avontuur van EMDR, wellicht de grootste innovatie in de psychotherapie van de laatste 30 jaar. EMDR krijgt overal erkenning als een gevalideerde techniek voor de behandeling van posttraumatische syndromen. Zelfs de grootste sceptici moeten toegeven dat het effect van deze werkvorm verbazend snel, ingrijpend en blijvend is. Bovendien met relatief weinig belasting én veilig.

 

Francine Shapiro, psychologe, wandelde in het park van Palo Alto, Californië. Ze worstelde met haar angsten door de kanker die de artsen gediagnosticeerd hadden. Ze stelde vast dat als ze links-rechts oogbewegingen deed terwijl ze emotioneel overrompeld was door de ziekte de spanning afnam  en de emoties stiller werden. Het voorval bleef haar bezig houden en ze besloot haar persoonlijke ervaring uit te testen bij een aantal van haar patiënten.

 

In 1989 publiceerde ze een eerste studie over de impact van oogbewegingen op de PTSD-klachten van Vietnamveteranen. Ze had namelijk vastgesteld dat na enkele sessies hun klachten opzienbarend waren afgenomen.  EMDR was geboren.

 

In 1992 maakte Ad de Jongh, doctor in de tandheelkunde, kennis met EMDR en zag hoe het angsten kon temperen in de tandartspraktijk. Hij ging zijn techniek vervolmaken bij Francine Shapiro en startte EMDR op in Nederland, samen met E. Ten Broeke. Hij is heden hoogleraar aan de Amsterdamse universiteit en leidt EMDR-therapeuten op, nu al meer dan 900 in Nederland alleen al. In België is Ludwig Cornil de roerganger. Voor Frankrijk heeft de beroemde dr. David Servan-Schreiber de licentie gekocht van Shapiro.

 

EMDR is een grotendeels non-verbale methode. Je kan het ook met groepen doen. De eerste test in onze contreien was met slachtoffers van de ontploffing van de vuurwerkfabriek in Enschede (2000). Daarna kwamen er projecten in bijvoorbeeld Kosovo. O.a. met kinderen.

 

EMDR is een vrij zachte methode.  Je confronteert je wel met de bron van je problemen, maar je doet dat imaginair. Dat opdrijven van de emotionaliteit rond een thema is noodzakelijk opdat de techniek zou aanslaan. Maar de spanning (distress) daalt àltijd tijdens de oogbewegingen. Je voelt dat je controle hebt en omdàt je controle hebt wordt alles net iets minder heftig.

 

Er zijn weinig tegenindicaties voor EMDR, al moet je voorbehoud maken bij psychose cq schizofrenie. En bij acute extreme paniek. Er is wel een protocol voorzien om je eerst stabieler te maken en pas dan met EMDR te beginnen.

 

EMDR wordt voorgesteld als een geprotocolleerde methode en ongeschikt voor zelfhulp. Ik denk dat dit niet helemaal vanuit therapeutisch of wetenschappelijk oogpunt is. Het protocol moet natuurlijk in grote lijnen gevolgd worden. Maar het maakt echt niet uit als je details verandert. Het is zelfs maar de vraag of de oogbewegingen het verschil maken of dat het eerder de bilaterale stimulatie is (met de ogen, maar eventueel ook met klanken of aanrakingen).

 

Francine Shapiro en haar medewerkers hebben heel wat protocollen uitgewerkt naargelang de problematiek. Er is ook een batterij aan technieken om opkomende problemen tijdens een sessie te tackelen.

 

EMDR is soms een ‘power therapy’ waarmee je in één of een paar sessies een psychisch probleem helemaal wég krijgt. Als het target het enige probleem is van je kliënt, het gevolg van een eenmalig voorval en niet al te dramatisch dan kan dat inderdaad. Als het probleem maar één expressie is van een meer omvattende problematiek van de klïent/patiënt dan is het een ander verhaal. We moeten elk ‘kanaal’ en elk ‘aspect’ van elk kanaal aanpakken en ‘desensitiseren’. Ook kunnen er een aantal boven water komen waarvan we het bestaan niet eens vermoed hadden.

 

Het is niet bekend wat er nu precies in EMDR zit dat het verschil maakt. Zijn het de oogbewegingen an sich ? Of is het de activatie van meerdere hersendelen in linker- én rechterhelft door de bilaterale stimulatie (visueel , auditief, tactiel)? Is het de blootstelling aan levendige, emotievolle beelden (bij ‘exposure’ is het in vivo, bij EMDR imaginair)? Is het de vrije associatie tussen twee sets oogbewegingen waarbij je ongecensureerd laat komen wat komt? Is het het hypnotiserende effect van de oogbewegingen? Wat is de rol van de affirmaties en kernzinnetjes in het protocol? Hoeveel placebo-effect zit er in? In hoeverre is het resultaat te danken aan specifieke EMDR-items of aan algemene factoren die ook in andere therapieën aanwezig zijn? 

 

Dat is allemaal nog erg flou. Wat wél duidelijk is zijn de effectstudies. Er zijn pakken kwalitatief degelijke studies die de werking van EMDR bewijzen (écht bewijzen). Voor PTSD (PTSS) is EMDR zelfs zondermeer de voorkeurtechniek.

 

In 1998 bekwam EMDR voor het eerst brede therapeutische erkenning van de A.P.A. (American Psychological Association) die ze de kwalificaties “probably efficacious” en “empirically validated” meegaf voor PTSD.

 

In 2000 kreeg ze van de I.S.T.S.S. (International Society for Traumatic Stress Studies) het A/B label. Dat betekent dat minstens 7 kwalitatieve topstudies significant betere resultaten aantoonden dan niet-behandeling en wachtlijsten.

 

In 2001 kwam de eerste Europese erkenning in Groot-Brittanië. Het United Kingdom Department of Health zette ze op haar lijst van aanvaarde methoden voor PTSD.

 

In Nederland gaf het Trimbos Instituut groen licht en werd EMDR in de landelijke G.G.Z.-richtlijn de voorkeurbehandeling (samen met CGT-exposure) voor PTSD.

 

Het basisprotocol ziet eruit als volgt :

 

(...)

 

 

Het betekent dat zijn/haar klacht(en) niet zozeer het gevolg zijn van de huidige ongemakken (bv. pijn) maar dat een ‘beetje’ pijn nù een kettingreactie veroorzaakt in de hersenen, waardoor ‘oud zeer’ terug actief wordt. Als al die geaccumuleerde pijn (fysieke en emotionele) in volle kracht in onze hersenen terug gaan ‘leven’ krijgen we pijngewaarwordingen, pijnbelevingen en pijngedragingen die de som zijn van de cumul van alle misèr van soms tientallen jaren ver. De pijn IS er , die is écht, alleen ligt pakweg 80% ervan bij wat voorafging en 20% bij nù.

 

Indien juist –en de meeste pijnspecialisten nemen het als een valabele werkhypothese aan– heeft dat belangrijke implicaties voor een effectieve pijnbehandeling. Het zou betekenen dat voor cognitieve en emotionele herstructurering (1) én de reactie van ons brein op actuele pijnprikkels én (2) de reactie van ons brein op (onderbewuste) pijnherinnering, noodzakelijk zijn .

 

EMDR en chronische pijn , een overzicht

 

Pijn behandelen die een traumatische ontstaansbasis heeft lijkt me een evident werkdomein voor EMDR. Ik denk aan pijn als gevolg van een verkeersongeval, werkongeval, sportongeval, verkeerde beweging, mislukte  medische ingreep of als mislukt ervaren ingreep(restpijn, CRPS), pijn na amputatie (fantoompijn) , ...

 

Hier is er primaire traumatisering : er is een moment waar er duidelijk iets gebeurd is dat kon leiden tot een PTSD, post traumatisch stress syndroom, waarvan aanhoudende of terugkerende pijn een onderdeel is. Je hebt ook secundaire traumatisering. Deze hangt samen met de gevolgen van het trauma : werkverlies, verlies van sociale kontakten, inkomensverlies, relatie-problemen, seksuele problemen, statusverlies. Het kan een schok zijn om vast te stellen dat een aantal zekerheden plots op losse schroeven staan. Het kan je helemaal destabiliseren. Bij primaire traumatisering kan EMDR als alleenstaande psychotherapie (eventueel naast somatische therapie) bestaan. Bij secundaire traumatisering zal een meer omvattende therapie, bv. CGT, aangewezen zijn, waar EMDR bij ingepast wordt.

 

Raadpleging van de wetenschappelijke databanken (Psycinfo, Medline, Cochrane, Wiley) en de site van Francine Shapiro leert dat er heden een zestigtal Engelstalige en publicaties over EMDR en pijn bestaan. De meeste zijn case-studies of gaan over een beperkt aantal proefpersonen.

 

De eersten die iets publiceerden over EMDR en pijn waren Blanford & Blanford in 1991. Zij probeerden met goed gevolg EMDR uit op een tiental chronische pijnpatiënten.

 

Beter bekend is de casestudy van Mc Cann uit 1992 die de EMDR-behandeling beschreef bij een patiënt met ernstige brandwonden.

 

In 1992 kwam er voor het eerst een publicatie over EMDR en fantoompijn. Levin beschreef één slachtoffer van een werkongeval die een vinger verloor.

 

In 1993 publiceerde Eimer zijn 13-stappenmodel (dat later uitbreidde tot 21), de eerste aanpassng van het basisprotocol van Shapiro. Hij richtte zich vooral op de pijnsensaties zelf. Hij gaf ook de aanzet tot uitwerking van ‘antidote images’ die moesten dienen als tegengewicht voor de traumatische beelden die zich rond de pijn hadden gevormd.

 

Hassard publiceerde in 1993 een casestudie van één patiënt met pijn door littekenweefsel. In 1995 kwam een studie van hem over 27 pijnpatiënten met vooral postoperatieve pijn zoals bv. littekenweefsel.

 

Francine Shapiro, de draagmoeder van EMDR, liet in 1996 voor het eerst iets lezen in verband met pijn toen ze in Bogota verlaten kinderen met Aids en/of kanker behandelde met EMDR.

 

Op de Denver Conference van 1996 bracht het trio Tinker, Wilson en Becker een uiteenzetting over EMDR bij de behandeling van 7 geamputeerde patiënten met fantoompijn. Interessant detail, maar goed om te onthouden, is dat fantomen bij een afgezet been makkelijker te behandelen zijn dan een fantoom bij armamputatie. In het eerste geval zijn drie sessies vaak genoeg. In het tweede geval kan het zeven tot tien sessies duren. In 2005 publiceerden ze een wereldwijd gebruikt EMDR-protocol voor pijnproblematiek.

 

Vanaf 1996 wordt ook de Australische psycholoog Mark Grant een actieve publicist en ontwerper van cd’s en ander trainingsmateriaal voor EMDR en pijn. Hij geeft in zijn boek ook een eigen pijnprotocol.

 

Wilensky is een andere beroemde naam in de pijnbehandeling met EMDR (2000) die ook een eigen pijnprotocol ontwikkelde.

 

Van Renssen en Winkel onthou ik de doctoraalscriptie over EMDR bij whiplashklachten (1999). Straks meer hierover.

 

Van der Laan beschreef in 2000 de EMDR-behandeling van een jong meisje dat een been verloor en fantoompijn ontwikkelde.

 

In het Nederlandse taalgebied zijn drie dames toonzettend voor EMDR en pijn: De Roos, Veenstra en van Rood. Hun protocol is o.a. gepubliceerd in het standaard-handboek van Lubkin (waarin tientallen protocollen voor diverse klachten staan uitgeschreven). Straks hierover meer.

 

Ook in Duitsland zijn er eminente onderzoekers. Vooral aan de Universiteit van Tübingen doen Schneider, Hofman en Rost goed werk. Samen met Shapiro publiceer-den ze vijf uitgebreide casestudies over EMDR en pijn.

 

Laatste weetje gaat over cdt. Russell van het Amerikaanse leger die in september 2006 een grote studie publiceerde over 725 soldaten met amputaties die met EMDR behandeld werden voor fantoompijn.

 

Drie publicaties nader bekeken

 

(...)

 

Uittreksel uit het pijnprotocol voor chronische pijn zoals toegepast door breiNWerk

 

Het gaat meerbepaald om het protocol voor het attaqueren van de NU aanwezige pijngewaarwording van chronische pijn. Het is geïnspireerd op het basisprotocol van Shapiro (1995), het protocol van Grant (1999), Het Dutch Standard Protocol van de Jongh en Ten Broeke (1999) en het protocol van de Roos, Veenstra en van Rood (2009).

 

(...)